|
Japanse Geschiedenis |
``Om het hedendaagse Aikido te kunnen begrijpen moet men
eigenlijk de japanse cultuur en tradities kunnen begrijpen´´
De japanse geschiedenis is een geschiedenis van keizerlijke dynastieen, waarbij de macht in
de provincies onderverdeeld was over talrijke clans. Door handelsbetrekkingen met China en
Korea (tijdens de Han-dynastie) legde Japan zijn culturele en politieke basis waarop de japanse
samenleving werd gebouwd. Tegen het einde van de 9e eeuw stopte het culturele kontakt met China
en begon Japan´s beschaving zijn eigen vormen en kenmerken aan te nemen.
Het leven in de hoofdstad in die tijd kenmerkte zich door grote welvaart, waarbij het Hof zich
overgaf aan sociale en kunstzinnige vermaken. In de provincies echter begon het keizerlijke
gezag over de verschillende clans steeds meer te wankelen. Uiteindelijk kwam de macht in handen
van twee elkaar revaliserende families: de Minamoto's en de Tiara's (beiden afstammelingen
van vroegere keizers).
In 1185 zegevierde de Minamoto-familie uiteindelijk en de macht van de Tiara-clan werd daarbij
geheel vernietigd. Deze overwinning markeerde het einde van de keizerlijke dynastieen als effectieve
politieke macht en het begin van zeven eeuwen leenheerschappij (= stelsel waarbij een leenheer
bepaalde bevoegdheden of grondbezit in beheer geeft aan derden, in ruil voor bepaalde gunsten
of diensten).
Aan het begin van dit nieuwe tijdperk waren de "samoerai" nog boeren die, als dat
nodig was, voor hun heer vochten. De vechtkunsten in deze tijd waren simpele methodes om zichzelf
te verdedigen, en aanvallen in gevechten bestonden uit primitieve handgevechten en stoktechnieken.
Als af en toe een fysiek zwakkere een sterkere tegenstander wist uit te schakelen, werd uitgezocht
hoe hij tot deze "overwinning" was gekomen. Zo kwamen steeds nieuwe technieken in
de praktijk tot ontwikkeling (vaak met grote risico's voor de beoefenaars!).
Toen de landheren steeds vaker met elkaar in oorlog kwamen, werd het noodzakelijk om gewapende
troepen te trainen die hun grenzen beschermden. Dit werden de samoerai of bushi. Hun hoge status
in de maatschappij kregen zij in 1192 toen de Minamoto-familie een militaire regering (= shogunaat)
vormde. De maatschappij zag er toen als volgt uit: de onderste klasse bestond uit de handelaren
of kooplieden; daarboven kwamen de handwerkslieden; daarna de boeren en aan de top stond de
militaire klasse, de samoerai. Deze hoge status stimuleerde tot de "code van de samoerai"
die nodig was om een sterke binding tussen de heer en zijn bushi te creeren. Er werd van hen
verwacht dat ze onvoorwaardelijk trouw bleven aan en vochten en stierven voor hun heer! Zo
ontwikkelde en leerde men betere vechtmethodes, een sterk gevoel van rechtvaardigheid, beleefdheid
en eergevoel, en het uitoefenen van grote strengheid in hun levensfilosofie. Dit werd bushido
(= de weg van de krijger) genoemd. Zo moesten ze de volgende vechtkunsten kunnen uitoefenen:
- zwaardtechnieken (kenjutsu);
- paardrijkunst (bajutsu);
- boogschieten (kyujutsu);
- speertechnieken (sojutsu);
- ongewapende technieken (kumiuchi), o.a. worsteltechnieken die van het sumoworstelen afstamden.
Door de eeuwen heen werden de verschillen tussen de gewapende en ongewapende technieken steeds
groter. Na 1600 bestonden er in Japan bijna geen interne oorlogen meer en de volgende tweeenhalf
eeuwen waren zo vredig dat de samoerai weinig moesten vechten. Hun taken werden meer administratief.
Ze bleven echter wel trainen en de vele vechtkunsten verfijnen. Onder invloed van het Zen-boeddhisme
veranderde de vechtkunsten van louter technieken naar "filosofische manieren", met
de nadruk op zelfdiscipline, zelfperfectie en een bepaalde levensfilosofie.
Nadat de leenheerschappij in 1860 werd beeindigd en de samoeraiklasse verdween, versterkte
zich deze verandering zodanig dat het karakter "jutsu" (= techniek) werd omgezet
in het karakter "do" (= weg) in de Zen-betekenis, welke een beoefening is die kan
leiden tot verlichting. Het originele japanse woord voor vechtkunst is bujutsu (bu = militaire,
jutsu = techniek). Dus kenjutsu werd kendo, kyujutsu werd kyudo etc. Deze "levensfilosofie"
groeide uit van het oorspronkelijke doel om de vijand te doden tot vele elementen in het dagelijks
leven. Budo is minder strijdlustig en meer gericht op de spirituele discipline waarbij men
zichzelf mentaal en fysiek kan opheffen. Er werd veel waarde gehecht aan het beoefenen van
budo (in alle sociale lagen van de bevolking) om de morele kracht te verkijgen die nodig was
om een sterke samenleving op te bouwen.
De geschiedenis van Aikido
Van de geschiedenis van Aikido is nog steeds veel onbekend. Hieronder volgen wat hoofdpunten
over wat we er tot nu toe van weten.
Tot op zekere hoogte ontwikkelden ongewapende vechttechnieken zich in verschillende systemen
en stijlen. Gevarieerde slagveldsituaties en de technische vereisten voor de onderlinge oorlogen
leidde tot het oprichten van de verschillende scholen (ryu), welke in de grote, machtige families
van generatie tot generatie werd doorgegeven. Een van deze systemen was het Aikijutsu. Het
is niet helemaal zeker waar de Aiki-technieken vandaan kwamen, maar men zegt dat de oorsprong
lag bij prins Teijun, 6e zoon van keizer Seiwa (850-880). Door de zoon van de prins, Tsunemoto,
werd het aan de opvolgende generaties binnen de Minamoto-familie doorgegeven.
Tegen de tijd dat de vechtkunst Shinra Saburo Yoshimitsu bereikte, was de basis voor het hedendaagse
Aikido al gelegd. Yoshimitsu was een buitengewoon bekwaam en geleerd man. Men zegt dat hij
veel van zijn technieken ontwikkelde nadat hij zorgvuldig bestudeerde hoe handig een spin een
groot insekt in zijn web ving. Ook bestudeerde Yoshimitsu de menselijke anatomie door de lichamen
van oorlogsslachtoffers en misdadigers te ontleden. Zijn huis "Daito" gaf de naam
aan deze stijl van Aikijutsu: Daito Aikijutsu.
De tweede zoon van Yoshimitsu, Yoshikiyo, woonde in Takeda (provincie Kai) en daarom werd zijn
familie bekend onder de naam Takeda. Ook hier werden de technieken van de Daito Ryu doorgegeven
aan de opvolgende generaties als een geheime vechtkunst die alleen bekend gemaakt werd aan
diegenen die tot de familie behoorden. In 1574 verhuisde de familie met familiehoofd Takeda
Kunitsugu naar Aizu en werd de naam veranderd in Aizu-todome technieken (= geheime technieken).
Het bleef een exclusieve vechtkunst die alleen door de samoerai beoefend werd en bleef in de
familie totdat Japan in 1868 (Meiji periode) uit zijn isolement kwam. Deze ommekeer bracht
niet alleen de keizerlijke oppermacht weer terug maar ook een verwesterse cultuur, politiek
en economische manier van leven. De samoeraiklasse verdween nagenoeg maar de essentie van Bushido,
dat vele eeuwen gecultiveerd werd, bleef een belangrijke rol spelen in het dagelijkse leven
van vele Japanners.
Rond deze tijd was Sokaku Takeda hoofd van de familie en hij begon de vechtkunst als eerste
buiten de Takeda-familie te onderrichten. Hij reisde door heel Japan en vestigde zich toen
in Hokkaido. Zijn zoon, Tokimune Takeda, opende de Daitokan Dojo in Hokkaido.
Een van de meest uitzonderlijke leerlingen van Sokaku Takeda was Morihei Ueshiba (1883-1969).
Ueshiba Sensei, een man met buitengewone talenten, voegde aan de Daito Ryu bijzonderheden toe
van andere oude vechtkunsten en ook zelfontwikkelde technieken. Zo ontwikkelde hij het Aikido.